1. Dreigende besnijdenis 

Signalen bij het meisje

  • Toont angst voor komende vakantie of familiebezoek.
  • Is vaag over wat er tijdens de reis zal gebeuren.
  • Probeert reis naar buitenland te vermijden.
  • Zegt dat er “iets bijzonders” staat te gebeuren.
  • Is gespannen, stil of teruggetrokken.
  • Breekt plots sociale contacten af.
  • Mag niet zelfstandig reizen of naar buiten.
  • Verliest controle over paspoort of ID.
  • Toont paniek bij gesprek over lichaam of gezondheid.
  • Laat voorzichtig iets los over een ingreep.

Signalen bij ouder(s) of familie

  • Plant reis naar risicoland zonder duidelijke reden.
  • Houdt vertrekdatum of verblijfsduur onduidelijk.
  • Moeder of zussen zijn besneden.
  • Familie staat positief tegenover besnijdenis.
  • Er is sterke druk vanuit familie of gemeenschap.
  • Gebruikt eer, traditie of reinheid als argument.
  • Regelt bezoek van vrouwelijke familieleden.
  • Ontwijkt gesprek over medische zorg.
  • Minimaliseert risico’s of strafbaarheid van VGV.
  • Voorkomt dat meisje alleen met professionals spreekt.

    2. Escalatie- en acute risicosignalen

    • Reisdatum is vastgesteld en vertrek is nabij.
    • Ticket of reisdocumenten zijn geregeld.
    • Ingreep zal volgens familie binnenkort plaatsvinden.
    • Gesprek over zorgen wordt direct beëindigd.
    • Familie versnelt reisplannen plotseling.
    • Meisje vraagt om hulp of bescherming.

    3. Mogelijk uitgevoerde besnijdenis

    Signalen bij het meisje

        • Is ziek geweest tijdens vakantie.
        • Er is plotseling schoolverzuim na vakantie.
        • Ziet er moe, bleek of uitgeput uit.
        • Heeft moeite met lopen, zitten of traplopen.
        • Doet lang over plassen of gaat vaak naar toilet.
        • Klaagt over buikpijn of pijn bij plassen.
        • Heeft mogelijk urineweginfecties.
        • Vermijdt gym, zwemmen of lichamelijke activiteit.
        • Is stil, angstig of teruggetrokken.
        • Kan zich slecht concentreren op school.
        • Terugkerende urineweginfecties.
        • Pijn bij menstruatie.
        • Littekens of afwijkingen aan genitaliën.
        • Angst voor medisch of lichamelijk onderzoek.
        • Schaamte rond lichaam of seksualiteit.
        • Angst voor huwelijk of intimiteit.
        • Emotionele ontregeling na reis.
      • Signalen bij ouder(s) of familie

        • Geeft vage of tegenstrijdige uitleg over vakantie.
        • Bagatelliseert lichamelijke klachten.
        • Reageert afwerend bij voorstel tot onderzoek.
        • Voorkomt dat meisje alleen wordt gesproken.
        • Minimaliseert pijn of lange termijn gevolgen.
        • Legitimeert ingreep als cultureel normaal.