1. Lichamelijke mishandeling

Signalen bij de betrokkene

  • Onverklaarbare blauwe plekken of letsel.
  • Bang voor fysieke straf door familie.
  • Schrikachtig bij boosheid thuis.
  • Vermijdt confrontaties met familieleden.
  • Voelt zich fysiek onveilig in huis.

Signalen bij familie of netwerk

  • Rechtvaardigt geweld vanuit eerherstel.
  • Reageert agressief bij tegenspraak.
  • Bagatelliseert eerder geweld.
  • Dreigt met fysiek ingrijpen.
  • Betrekt meerdere familieleden bij conflict.

2. Psychische mishandeling

Signalen bij de betrokkene

  • Is zichtbaar angstig of gespannen.
  • Durft eigen mening niet te uiten.
  • Voelt sterke druk om gehoorzaam te zijn.
  • Is bang familie te schaden.
  • Voelt zich voortdurend gecontroleerd.

Signalen bij familie of netwerk

  • Benadrukt eer en reputatie.
  • Zegt dat gedrag schande brengt.
  • Dreigt met verstoting of uitsluiting.
  • Schuift schuld bij betrokkene.
  • Zet emotionele druk als middel in.

3. Financieel misbruik

Signalen bij de betrokkene

  • Geen toegang tot eigen geld.
  • Moet inkomen afstaan aan familie.
  • Is financieel afhankelijk.
  • Geen inzicht in financiële keuzes.
  • Mag geen eigen uitgaven bepalen.

Signalen bij familie of netwerk

  • Beheert alle inkomsten.
  • Gebruikt geld als machtsmiddel.
  • Beperkt toegang tot bankrekening.
  • Dwingt tot financiële afspraken.
  • Houdt financiële informatie achter.

4. Digitaal geweld

Signalen bij de betrokkene

  • Telefoon wordt gecontroleerd.
  • Moet wachtwoorden delen.
  • Geen privacy online.
  • Is bang voor monitoring.
  • Vermijdt sociale media uit angst.

Signalen bij familie of netwerk

  • Controleert berichten en oproepen.
  • Installeert trackingapps.
  • Monitort online contacten.
  • Dreigt met verspreiden van informatie.
  • Beperkt digitale communicatie.

5. Schending van rechten

Signalen bij de betrokkene

  • Mag geen partner zelf kiezen.
  • Mag huis niet vrij verlaten.
  • Heeft geen toegang tot documenten.
  • Geen inspraak in belangrijke keuzes.
  • Is sociaal geïsoleerd van netwerk.

Signalen bij familie of netwerk

  • Beslist zonder instemming.
  • Neemt paspoort of ID in beheer.
  • Beperkt bewegingsvrijheid.
  • Verhindert contact met hulpverlening.
  • Presenteert besluiten als definitief.

6. Escalatie- en acute risicosignalen

Signalen bij de betrokkene

  • Geeft aan dat geweld dreigt.
  • Is zichtbaar in paniek.
  • Zegt dat familie maatregelen neemt.
  • Vreest ernstige straf of opsluiting.
  • Zoekt plotseling bescherming.

Signalen bij familie of netwerk

  • Reis naar herkomstland is gepland.
  • Familieberaad over “oplossing”.
  • Dreiging wordt concreet benoemd.
  • Meerdere familieleden betrokken.
  • Gesprek wordt abrupt beëindigd.